Nieuws

Hulpmiddelendepot

Woensdag 5 Maart 2014 > 10:54

Eerlijk Alternatief biedt hulp bij kostenbesparing WMO

Hulpmiddelendepot in Pijnacker-Nootdorp

Context

Onze samenleving vraagt een steeds hogere mate van zelfredzaamheid. Men is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar leven en voor de inrichting daarvan. Als men ondersteuning of iets nodig heeft, kan steeds minder een beroep op de overheid gedaan worden.

Een aantal mensen in onze gemeente heeft hulpmiddelen nodig. Hulpmiddelen om zich in eigen huis goed te kunnen redden. Of hulpmiddelen om zich buitenshuis te kunnen begeven en andere mensen te ontmoeten. Soms zijn het zaken die tijdelijk nodig zijn, soms voor altijd. Het gaat om zaken als po-stoelen, krukken, rolstoelen, (trap) liften, beugels in huis etc. Sommige zaken worden verstrekt vanuit de zorgverzekeraar, sommige worden verstrekt vanuit AWBZ-gelden en andere zaken worden verstrekt vanuit de gemeente onder de wet WMO. Meestal moet er een eigen bijdrage betaald worden. Ook zijn er hulpmiddelen zoals rollators, die helemaal niet meer door een of andere instantie verstrekt worden of vergoed worden. Deze hulpmiddelen moeten mensen altijd zelf aanschaffen. Dat kan soms behoorlijk in de papieren lopen.

De vraag naar hulpmiddelen zal met de toenemende vergrijzing toenemen. Mensen worden ouder, een dorp vergrijst langzaam. Gelukkig neemt de vergrijzing in onze gemeente Pijnacker-Nootdorp nog niet zo’n grote vlucht, maar we moeten wel met een toename van de vraag naar hulpmiddelen rekening houden. Deze toename wordt ook veroorzaakt door het beleid van de landelijke regering .Vanaf dit jaar, 2014, zullen mensen langer thuis blijven wonen. Het is nu al niet meer mogelijk om zonder zware verzorgingsindicatie in een Woonzorgcentrum 24 uurs zorg te ontvangen. Het streven om mensen zo lang mogelijk in hun eigen huis, hun eigen omgeving te laten wonen is een goede ontwikkeling. Dit zal echter gaan zorgen voor een  toename van de vraag naar hulpmiddelen thuis, vanuit het WMO-budget. .

(Hoge) Kosten hulpmiddelen

Een deel van de hulpmiddelen die eerst onder de AWBZ verstrekt werden, zullen straks door de gemeente verstrekt gaan worden onder de WMO. De gemeente heeft daar een paar keuzes in. Zij kan de aanvrager geld toekennen om de voorziening zelf aan te schaffen. Of zij kan een aantal leveranciers van hulpmiddelen contracteren en de aanvragers daarnaar toe verwijzen. De rekening komt dan naar de gemeente. De gebruiker betaalt afhankelijk van zijn of haar inkomen een eigen bijdrage. Ook kan zij leveranciers van hulpmiddelen rechtstreeks opdracht geven om een bepaald hulpmiddel te leveren aan een aanvrager. In alle drie van deze gevallen betaalt de gemeente een nieuwprijs voor de te leveren hulpmiddelen. De gemeente heeft natuurlijk wel de mogelijkheid om met leveranciers voordelige raamcontracten af te sluiten, maar toch blijft het voor iedere nieuwe aanvraag een nieuwprijs.

Daarnaast komt het ook voor dat iemand hulpmiddelen nodig heeft of zou willen gebruiken, terwijl de gemeente of indicatiesteller vindt dat dat (nog) niet nodig is. Zo iemand wil vaak best dan zelf de kosten van het hulpmiddel dragen. Denk aan tijdelijk gebruik van een rolstoel tijdens een zwangerschap, of aan tijdelijk gebruik van een rolstoel na een operatie. Voor splinternieuwe hulpmiddelen kunnen de kosten van deze hulpmiddelen best hoog zijn.

 

Verspilling

Een aantal hulpmiddelen zijn slechts tijdelijk nodig, zoals hulpmiddelen die nodig zijn na herstel van een operatie. Die kunnen variëren van krukken tot een tijdelijke rolstoel tot tijdelijke aanpassingen in huis zoals beugels of po-stoelen. Daarnaast komen er hulpmiddelen beschikbaar omdat mensen overlijden.

Dit varieert van rollators en rolstoelen, scootmobielen en aanpassingen in huis tot hele trapliften. Niet zelden gebeurt het dat bijna nieuwe rollators als afval bij de gemeentewerf worden aangeboden of dat bijna nieuwe elektrische rolstoelen niet hergebruikt worden. De algemene situatie is dat een nieuwe aanvraag vaak tot een nieuwe rolstoel of nieuwe scootmobiel leidt. Een dure post nu vaak nog voor de AWBZ en straks voor de gemeente. Ook in de kelders van verzorgings- en verpleeghuizen staan vaak dure al dan niet elektrische rolstoelen van mensen die al lang overleden zijn. Niemand weet meer wat nog te doen met die overbodige rolstoelen.

Er zijn inmiddels een aantal gemeenten, die een scootmobielpool hebben opgezet (waaronder gemeente Almere).

De ervaring leert dat bezitters van een scootmobiel, deze slechts een paar uur per week gebruiken.

Door een pool op te zetten a lá greenwheels, bespaart het de gemeente kosten, voor aanschaf en de gebruikers betalen geen of een geringe eigen bijdrage.

Zo kan er veel geld vanuit het WMO-budget besteed worden aan andere behoeften.

Hulpmiddelendepot

Een manier om verspilling van geld en hulpmiddelen tegen te gaan is een zogenaamd hulpmiddelendepot. Een dergelijk depot wordt beheerd door de gemeente of wordt beheerd door een derde in opdracht van de gemeente. In een dergelijk depot kunnen alle hulpmiddelen opgenomen worden die verstrekt worden via de gemeente. Er kan gedacht worden aan rolstoelen, scootmobielen, krukken, po stoelen, beugels (delen van) trapliften, kleine hulpmiddelen etc.

Dergelijke depots zijn overigens voor hulpmiddelen die onder de AWBZ verstrekt worden, niet nieuw. In den lande is er een aantal leveranciers van bijvoorbeeld rolstoelen, die samen met ziektekostenverzekeraars dergelijke depots hebben opgezet in samenwerking met gemeentes. Zij doen dat om geld te besparen en verspilling tegen te gaan. Als er een nieuwe aanvraag komt die wordt goedgekeurd door een indiceerder, dan wordt er eerst gekeken of een dergelijke rolstoel vanuit het depot kan komen of dat er een rolstoel in het depot eenvoudig aangepast kan worden voor deze gebruiker. Rolstoelen en andere hulpmiddelen van personen die overleden zijn of die de hulpmiddelen niet meer nodig hebben, worden retour genomen door de gemeente, eventueel opgeknapt en opgeslagen in het depot.

Locatie depot

Een dergelijk depot zou in de gemeente op een centrale plaats gehuisvest moeten worden, zodat het voor iedereen goed bereikbaar is. In onze gemeente kennen wij momenteel zo’n dergelijk depot niet. Mensen die hulpmiddelen nodig hebben, moeten naar Delft waar zij bij een thuiszorgwinkel van een zorginstelling of bij een commerciële aanbieder de benodigde hulpmiddelen kunnen huren of aanschaffen. De financiering hiervan moet men zelf regelen. De verwachting is dat straks de gemeente voor het overgrote deel van de hulpmiddelentoewijzing verantwoordelijk is. De gemeente is dus gebaat bij een depot in eigen huis. Dat is voor de inwoners prettig, maar ook voor de gemeente zelf, die hierdoor zelf beslissen kan. Samenwerking met een aanbieder van AWBZ rolstoelen kan lucratief zijn voor beide partijen. Voor de gemeente omdat een dergelijke aanbieder al een stuk expertise meeneemt, voor de aanbieder omdat hij of zij op die manier binnen een gemeente een positie verwerft.

Er staan momenteel een aantal gebouwen leeg die eigendom zijn van de gemeente. Een aantal zou gemakkelijk geschikt gemaakt kunnen worden om er een (tijdelijk)  hulpmiddelendepot van te maken. Denk bijvoorbeeld aan het oude Raadhuis in Nootdorp. Dit is centraal gelegen en goed bereikbaar. Ook is er voldoende ruimte. Op deze manier wordt een al bijna drie jaar leegstaand pand weer nuttig gebruikt.

Bijzondere Bijstand

Het depot kan ook gebruikt worden voor o.a. wit- en grijsgoed. Met oog op de Bijzondere Bijstand is het verstrekken van tweedehands (opgeknapte) spullen -essentieel voor een gezin- zoals computers en wasmachines. Bij de Bijzondere Bijstand gaat het soms om voorschotten; de kans bestaat dat de komende jaren er veelvuldiger een beroep gedaan wordt op deze post. Voor armlastige huishoudens kan het van belang zijn dat plotselinge en/of onvoorziene uitgaven ondervangen worden. De oplossing zit ‘m niet per se in aanschaf van nieuw, maar in werkbaar.

Inzet SW-ers en Participatiewet

Een dergelijk hulpmiddelendepot is bij uitstek een plaats om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring te laten opdoen of een zinnige dagbesteding te geven. Zij kunnen retour gekomen hulpmiddelen administreren, reinigen, repareren en weer klaar maken voor gebruik door een volgende aanvrager. Voor een dergelijke opzet kan samenwerking gezocht worden met een organisatie als Combiwerk, die deze mensen begeleidt en motiveert.

Gezien de samenwerking met de gemeente Zoetermeer is ook de Dienst Sociale Werkplaats een optie.

Vanuit de Participatiewet, die vermoedelijk 1-1-2015 intreedt, raakt de gemeente belast met het deelnemen in de maatschappij van alle burgers, waarbij het vinden van een vorm van passend werk voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ de voornaamste doelstelling is. Hoewel de gemeente hulp nodig zal hebben van het bedrijfsleven om (jong) gehandicapten aan een baan te helpen, zal de gemeente zelf ook voor arbeidsplaatsen moeten zorgen.

Onderwijs

In onze gemeente is het Stanislas College een grote instelling voor voortgezet onderwijs. Veel van onze jongeren gaan daarna naar in Haaglanden gevestigde ROC’s: Mondriaan en ID-College. Laatstgenoemde is o.a. in Zoetermeer gevestigd. Gezien de samenwerking in het sociaal domein met de gemeente Zoetermeer is het niet onlogisch om stageplekken aan te bieden aan het ID College. Scholen zitten vaak te springen om stageadressen. De werkplaats en het depot zullen stageplekken kunnen gebruiken op gebied van administratie, gezondheidszorg en techniek. Met betrekking tot meubelmaken/stofferen zou HMC-mbo in Rotterdam benaderd kunnen worden. Aan de vestiging van het Stanislas College in onze eigen gemeente zouden we maatschappelijke stages kunnen aanbieden.

Aansturing

Een project als het Hulpmiddelendepot is feitelijk een werkplaats, opslagruimte en distributiecentrum. Bijkomend voordeel is de kostenbesparing (m.b.t. WMO-hulpmiddelen en Bijzondere Bijstand) en de mogelijkheden tot stageplekken.

De aansturing zal moeten gebeuren door lokale ondernemers. Zeker bedrijven die regelmatig opdrachten krijgen van de gemeente of gesubsidieerde instellingen zijn wellicht gemakkelijker te overtuigen van zo’n inspanning. Bedrijven die al een Calibris-certificaat hebben, zullen belangstelling tonen.

In de voorbereiding kan het van groot nut zijn om met partijen te praten die reeds een link hebben met datgene wat dit plan beoogt.

Overleg met lokale partijen als  Bureau Vrijwilligerswerk Pijnacker-Nootdorp, Repair Cafe, Terre des Hommes, het Afvalbrengstation en Stichting Kopzorgen kan veel opleveren om een goede indruk te krijgen van de (on)mogelijkheden van eigen inbreng en verwachting van zo’n werkplaats/opslagruimte/distributiecentrum.

Dit geldt ook voor het Delftse bedrijf Zorgdrager, al jaren specialist op gebied van sta-op-stoelen. Deze vergaart ook tweedehands spullen en knapt deze op. Deze worden aangeboden als top-occasion in een showroom en met advies bezorgd.

Het Pijnackerse bedrijf Mr.@ is al jaren gespecialiseerd in tweedehands computers inkopen en opknappen.

Business Case

Alhoewel er in den lande al een aantal hulpmiddelendepots zijn (overigens anders dan ons voorstel), is het belangrijk om een business case te maken. Hierin moet de besparing die gerealiseerd wordt door hergebruik en heruitgifte van hulpmiddelen vergeleken worden met de kosten die gemaakt worden om het hulpmiddelendepot te realiseren en te bemensen. Dit betreft ook de scootmobielpool. Hiervoor is het nodig dat er allereerst wordt nagegaan hoe groot het beroep is dat gedaan wordt binnen de gemeente op hulpmiddelen of scootmobielen. Ongeacht of deze onder de AWBZ of onder WMO of onder eigen financiering uitgegeven wordt. Deze gegevens zijn ook belangrijk voor als deze taken straks overkomen naar de gemeente. De gemeente moet immers inschatten hoe hoog het budget moet zijn dat zij nodig heeft om alle aanvragers van hulpmiddelen te kunnen bedienen.

Daartegenover moeten de voordelen gezet worden die met behulp van het hulpmiddelendepot gerealiseerd kan worden. Deze voordelen liggen zowel op financieel terrein als ook op algemeen maatschappelijk terrein; minder verspilling en een hulpmiddelendepot dichtbij waar onze inwoners alle hulpmiddelen in 1 keer kunnen halen.

Tot slot moeten de kosten van een hulpmiddelendepot in beeld gebracht worden. Idealiter bekostigt een hulpmiddelendepot zichzelf. Vanuit de besparingen kan de bemensing en het pand betaald worden. Ook zijn er de al eerder genoemde maatschappelijke voordelen: geen verspilling meer en een depot dichtbij, bemand door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Samenvatting

Een hulpmiddelendepot biedt als werkplaats, opslagruimte en distributiecentrum vele voordelen in een. Er treedt een win-winsituatie op m.b.t. WMO, Bijzondere Bijstand, Participatiewet, Beschut Werk, Onderwijs en leegstand gebouwen.

Samenwerking met zowel bestaande lokale organisaties en instellingen, lokale ondernemers als scholen in de regio kan dit project omarmen en bijdragen aan een zinvolle besparing van WMO en Bijstandsgelden die ertoe moeten leiden dat de besparing kwalitatief en kwantitatief mogelijkheden voor andere hulpbehoevenden oplevert.


Terug naar overzicht