Nieuws

Rapport Kritisch voor Kinderen

Donderdag 9 Juni 2016 > 14:19

In 2012 schreef Hanneke van de Gevel het rapport 'Kritisch voor Kinderen' dat gaat over de Jeugdzorg in de regio Haaglanden. Dit rapport is nog steeds actueel, hieronder het gehele rapport. 

 

Inleiding

Voor u ligt het rapport Kritisch voor Kinderen; de conclusies en aanbevelingen van Eerlijk Alternatief (EA). EA heeft op 30 januari jl. een vragennotitie afgeleverd met betrekking tot de jeugdzorg in Haaglanden, getiteld 'Kritisch voor Kinderen' [1].

De vragen werden voorgelegd aan de regiobestuurder van het Stadsgewest Haaglanden, dhr. Rik Buddenberg. In zijn functie van Portefeuillehouder Jeugdzorg van het Stadsgewest Haaglanden.

De aanleiding hiervoor lag in de transitie, verhalen (in de media). Deze hebben geleid tot het houden van tientallen interviews met medewerkers en ex-medewerkers van Jeugdformaat, (gezins)voogden van Bureau JeugdZorg (BJZ) en pleegouders door EA. EA wil hiermee graag een steentje bijdragen aan het gesprek over die op handen zijnde transitie en spreekt de wens uit de zorg voor kinderen naar een hoger plan te tillen. 

De werkwijze bestaat uit drie delen:

1-onderzoek en vragen

2-antwoorden

3-de conclusies en aanbevelingen.

EA heeft zich ten doel gesteld een kwaliteitsslag te kunnen entameren binnen de jeugdzorg want ook in 2012 en 2011 zijn er misstanden in de jeugdzorg vastgesteld.

Met het oog op de transitie van de jeugdzorg is de rol van de gemeenten cruciaal. Zij zijn immers vanaf 2015 belast met de uitvoering van de jeugdzorg.

Maar het doel van de transitie is ook een verbetering van de jeugdzorg teweeg te brengen. Voor EA is ook van belang hoe de lokale politiek haar regierol kan nemen. Ook is de vraag aan de orde of de politiek de werkwijze maar bijvoorbeeld ook de besteding van subsidiegeld goed kan controleren. De transitie biedt de kans het huidige beleid en de huidige manier van werken onder de loep te nemen en waar nodig te verbeteren. Er is volgens EA aanleiding genoeg hiernaar kritisch te kijken

Het eindrapport is opgedeeld in drie delen. 1. Conclusies, 2 Onderbouwing en 3 Aanbevelingen, een nawoord.

Ik bied dit rapport aan, aan alle leden van  de commissie Jeugdzorg Haaglanden en aan iedereen die hierin geïnteresseerd is.

Hanneke van de Gevel,

Fractievoorzitter Eerlijk Alternatief
Pijnacker-Nootdorp
hanneke@eerlijkalternatief.nl

Algemene conclusie 

Uit de interviews zijn een paar zaken naar voren gekomen die voor EA van groot belang zijn. De lokale politiek lijkt onvoldoende inzicht te krijgen van jeugdzorgorganisaties in hun werkwijze en hun manier van rapporteren.

Een transparante verantwoording van de manier waarop de subsidiegelden worden besteed, ontbreekt. 

We hebben nog steeds wachtlijsten.

De aanvang van de hulpverlening gebeurt niet transparant en wordt beoordeeld door de organisaties zelf als achteraf vragen worden gesteld.

Verder valt het ook erg op dat veel mensen die werken bij de grootste zorgaanbieder Jeugdformaat niet vrijuit kunnen spreken. Het lijkt of er een angstcultuur heerst. Dat kan de zorg voor de kwetsbaarste groep in onze samenleving er niet beter op maken.

Binnen BJZ Haaglanden wordt tenslotte ook niet transparant omgegaan met cijfers.

Soms worden zaken naar buiten toe mooier afgeschilderd dan de werkelijkheid is.

De regiobestuurder stelt zich niet kritisch genoeg op en er is feitelijk niet genoeg politiek toezicht.

Conclusies en onderbouwing

Hieronder leest u een aantal bevindingen en hun onderbouwing waarop EA haar conclusie baseert. EA hecht er nogmaals aan te stellen dat deze bevindingen gedaan zijn aan de hand van tientallen interviews met mensen uit de praktijk van de jeugdzorg. 

Onderzoeken geven bij regelmaat een negatief beeld over de jeugdzorg.

In 2011 verschenen er meerdere onderzoeken over jeugdzorg met een negatief beeld.

Ook in 2012 zijn er al onderzoeken gepubliceerd die aangeven dat de sector jeugdzorg soms niet aan verwachtingen voldoet (Onderzoek naar directeur Jeugdzorg; Maud Groenberg [2], omgekomen jongetje Yassin [3], het gebrek aan samenwerking tussen scholen en de jeugdzorg-Plus-instellingen [4], het onderzoek van de Rekenkamers [5] over de wachtlijsten) Volgens de Nationale Ombudsman [6] waren er echter wel minder klachten in 2011.

Medewerkers voelen zich niet vrij om vrij uit te spreken; zelfs anoniem durft men nauwelijks te reageren.

Hoewel EA inmiddels toch nog ruim 30 mensen gesproken heeft, was niet iedereen bereidwillig over bepaalde zaken te spreken. Het viel op dat men erg huiverig is om als de herkomst van de bron te fungeren. Soms was dit te verklaren door een eventuele juridische consequentie, zoals bij afkoopsommen waarbij vaak afgedwongen is zich niet uit te laten over de vorige werkgever op straffe van een boete.

Binnen de sector jeugdzorg wordt niet vanzelfsprekend transparant gerapporteerd.

EA constateert dat zorgaanbieder Jeugdformaat geraffineerd rapporteert [7] [8] waarbij de suggestie gewekt wordt het een en ander in orde te hebben; voorbeelden zijn onder andere de wachtlijsten en VOG’s.

Citaat van Jeugdformaat over het rapport (on)verantwoord wachten op het onderzoek van de Rekenkamers

“ Binnen Haaglanden is de afgelopen jaren hard gewerkt om de wachtlijsten terug te brengen. Jeugdformaat heeft geen wachtlijst meer. Alle jeugdigen krijgen binnen negen weken na aanmelding hulp, driekwart binnen zes weken. Landelijk daarentegen is het onduidelijk hoeveel kinderen onverantwoord lang op een wachtlijst voor jeugdzorg staan.

Tot die conclusie komen vier regionale rekenkamers in hun rapport ‘(On)verantwoord wachten op jeugdzorg “

Hiermee wordt de indruk gewekt dat de rekenkamers de conclusie trekken dat er geen wachtlijsten zijn bij Jeugdformaat. Echter dit rapport gaat niet over Jeugdformaat daarbij komt dat de rekenkamers constateren dat er 34 cliënten op de bruto wachtlijst staan en 15 op de netto wachtlijst. Dit wordt niet vermeld in de reactie op het rapport vanuit Jeugdformaat.

In het jaarverslag van Jeugdformaat staat de zin: “Van alle medewerkers wordt bij het in dienst treden het overleggen van een Verklaring Omtrent het Gedrag vereist” . Hiermee wordt de suggestie gewekt dat alle medewerkers een VOG hebben. Uit ons onderzoek blijkt echter dat zo’n 200 medewerkers geen VOG hebben.

Bij vertrek van personeel wordt er niet transparant naar buiten toe getreden. Medewerkers geven ook aan dat een eerste intakegesprek ingeboekt wordt als actieve hulp. Het kind moet vaak nog weken wachten voor de daadwerkelijke hulp. Een ander voorbeeld is een cliëntentevredenheidsonderzoek dat wordt afgenomen door de hulpverlener waar een cliënt toch min of meer afhankelijk van is.

In tegenstelling tot de berichtgeving van het Stadsgewest is er ook in Haaglanden een wachtlijst.

Het rapport '(On)verantwoord wachten in de jeugdzorg' van de Rekenkamers heeft dit geleerd.

De wachtlijst wordt een vager begrip zo lang men bruto en netto hanteert en dit gaat omzetten in verantwoord en onverantwoord. Zo ook het begrip wachttijd.

BJZ bepaalt of een cliënt verantwoord of onverantwoord wacht.

EA heeft dit al eerder genoemd 'de slager die z'n eigen vlees keurt'. De Rekenkamers hebben een advies hierin gegeven waarin EA zich kan vinden.

Een kind wat als langste op de wachtlijst staat is niet vanzelfsprekend als eerste aan de beurt.

Bij Jeugdformaat kan men niet op meerdere voorzieningen (van dezelfde doelgroep in bij wijze van spreken dezelfde gemeente) op de wachtlijst gezet worden. Een voorbeeld is een jongetje (fictieve naam Fred) die in de eerste week van september 2011 aangemeld werd op de wachtlijst logeerhuis Emmakade. Fred werd  pas medio januari 2012 in Den Haag geplaatst op het  logeerhuis Stevinstraat in Den Haag. Als hij op meerdere plaatsen was aangemeld had het niet zo lang hoeven duren. In die tussentijd waren er al diverse andere plekken vrijgekomen bij andere logeerhuizen.

De afgelopen jaren werkten veel hulpverleners zonder in het bezit van een VOG te zijn.

EA heeft de toezegging ontlokt dat uiterlijk 1 september 2012 iedere betrokkene in bij Jeugdformaat over een VOG beschikt.

Het is merkwaardig dat bij de verschijning van de notitie 'Kritisch voor Kinderen' er zo'n 200 mensen bij zorgaanbieder Jeugdformaat zonder VOG werkzaam mochten zijn. Natuurlijk is dit de Raad van Bestuur van Jeugdformaat aan te rekenen, maar ook de regiobestuurder Buddenberg gaat niet vrijuit. Met een beetje gezonde kritische blik had de regiobestuurder al eerder voorwaarden gesteld.

Het is onduidelijk hoe inkomens uit de sector opgebouwd zijn.

In de sector jeugdzorg maakt men de bezoldiging van de bestuurders niet openbaar.

Alle topinkomens in de AWBZ- en de Zorgverzekeringswetsector moeten openbaar gemaakt worden. Voor Jeurgdzorg is er onbegrijpelijk een uitzondering gemaakt.

In december 2011 heeft SP-kamerlid Nine Kooiman een onderzoek gepubliceerd [9] naar de topinkomens van jeugdzorgbestuurders. In haar bevraging langs alle grote gesubsidieerde zorghulpverleners in Nederland werd niet door al deze organisaties medewerking verleend, maar desondanks werd duidelijk dat er wel een beeld ontstaat dat er bovengemiddelde topsalarissen worden betaald. Een norm hiervoor lijkt onduidelijk. Bij een organisatie als Jeugdformaat met ong. 850 werknemers is er een top van 8 man met een flinke subtop van ongeveer 45 mensen.

Als de top van de aansturing van een organisatie als Jeugdformaat al 2 leden van de Raad van Bestuur, 4 zorgdirecteuren en twee managers bevat, is dit op jaarbasis al een salarispost van bijna 1 miljoen euro.

Daarbij nog diverse stafhoofden en zo'n 40 leidinggevenden is er een stevige overhead.

Tevens is het voor EA onduidelijk hoeveel 'gedwongen' verloop er de afgelopen drie jaar onder het personeel geweest is; in 2010 wordt er melding gemaakt van een percentage dat wijst op 30 personeelsleden. Dit gaat de afgelopen drie jaar soms gepaard met afkoopsommen.

De portefeuillehouder JeugdZorg Haaglanden Buddenberg is niet kritisch ten opzichte van de zorghulpverlener Jeugdformaat.

In de beantwoording van de vragen die op 30 januari gesteld zijn in 'Kritisch voor Kinderen' wordt meerdere malen verwezen naar de antwoorden van Jeugdformaat. Dit geeft niet de indruk van onafhankelijkheid. Dit werd bevestigd door de houding die regiobestuurder Buddenberg aanneemt ten aanzien van de VOG. Voor hem lijkt nergens een aanleiding te zijn om onderzoek in te stellen. Kritisch zijn legt hij uit als achterdochtig. Door de vele mensen die EA gesproken heeft -een gedeelte daarvan werkt bij Jeugdformaat of heeft er gewerkt- is er een reden om aan te nemen dat bepaalde zaken naar buiten toe mooier worden afgeschilderd dan de praktijk weergeeft.

Er is geen verdeelsleutel qua zwaarte per casus.

Voogden maar ook bijvoorbeeld ambulant begeleiders krijgen een x aantal gezinnen cq kinderen onder zich. Er is geen transparantie omtrent zwaarte. De voogd of ambulante begeleider maakt zelf een inschatting over het aantal uren. Bij “zware” casussen gaat het soms ten koste van “lichtere” cliënten.

De samenwerking tussen verschillende zorgpartijen is niet inzichtelijk.

De hulpverlener van bijvoorbeeld een kind wat onder jeugdbescherming valt heeft geen automatische inzage in de behandeling van bijvoorbeeld de moeder. Ondanks alle initiatieven zoals het elektronisch kind dossier en verwijsindex, trainingen zoals Signs of Safety, checklisten als SAVRY ten spijt is dit soms onvoldoende. Men kan wel informatie opvragen maar is afhankelijk van de expliciete vraagstelling vanuit de hulpverlener van het kind. Er is geen inzage in doelen of stappen die er gezet worden voor zowel ouder als kind (bijvoorbeeld begeleide omgangsregeling veranderen in onbegeleide omgang). De automatische inzage in gegevens is met name bij een Onder Toezicht Stelling en bij een machtiging uit huis plaatsing van groot belang voor beide partijen. De automatische inzage is ook belangrijk bij overdrachten. Incidenten zoals Yassin kunnen dan wellicht voorkomen worden [10] [11]Beide partijen treden niet automatisch gezamenlijk op. Wanneer een ouder behandeld wordt bij de GGZ is het nu niet mogelijk om ook het kind, indien wenselijk, onder dezelfde behandelaar te laten vallen louter omdat men niet weer dat de ouder behandeld wordt en door wie. Hulpverleners zijn onzeker bij het terugplaatsen van een kind omdat men geen goed zicht heeft in het behandelingtraject van de ouder(s).

 

Aanbevelingen

EA heeft op elk van de punten aanbevelingen geformuleerd:

Wees transparant.

Als je eerlijk bent als organisatie dan wordt er ook geen onderzoek naar je gedaan. Zie een onderzoek zoals die van de rekenkamers niet als bedreiging.

Zorg dat medewerkers zich professioneel vrij voelen.

Wanneer medewerkers zaken kunnen melden kan men met door middel van die input een verbeterslag bewerkstelligen. Zorg dat je een Klokkenluidersregeling hebt die bekend is en die vervolgens werkt.

Zorg voor toetsbare rapportage.

Wees niet suggestief in reactie naar onderzoeken zoals de rekenkamers naar de wachtlijsten maar doe uw voordeel hiermee. Wees ervan bewust dat niemand uit is op een strop maar juist wil meedenken.

Zorg ervoor dat de wachtlijst ingedeeld wordt in 4 fases; 1. Aanmelding, 2. Intake (hulpvraag), 3. Tijdelijke hulp (wanneer de hulp op maat niet gegeven kan worden, 4. Hulp op maat  (conform indicatie).

Zorg dat cliënten tevredenheidsonderzoeken afgenomen worden door medewerkers van het Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg [12] (AJK) en niet door de hulpverleners zelf.

Zorg dat wachtlijsten inzichtelijk zijn.

Elke instelling heeft wachtlijsten. Wees daar eerlijk over en zie verder vorige 4-traps wachtlijst. Dan wordt inzichtelijk wanneer een kind zich inschrijft, hoelang men moet wachten voor de intake en wanneer de juiste hulp gegeven wordt. De huidige bruto en netto wachtlijsten zijn niet goed inzichtelijk.

Leg het oordeel van (on)verantwoord wachten neer bij AKJ.

Verbreed het takenpakket van het AKJ. Een slager kan beter niet zijn eigen vlees keuren; leg daarom de conclusie van wel of niet verantwoord wachten neer bij een onafhankelijke instantie zoals het AKJ.

Zorg dat een kind zich aan kan melden op diverse voorzieningen.

Wanneer een kind zich kan aanmelden in verschillende voorzieningen met bijvoorbeeld daarin (second best) voorkeuren in zal een kind sneller geplaatst worden. Daarnaast voorkom je open plaatsen die ten kosten gaan van de productie.

Wij vinden ook dat een kind zich ook moet kunnen aanmelden bij andere organisaties zoals bij het Leger des Heils (Vast & Verder, Vliet en Burgh) of, indien wenselijk, geheel buiten de regio Haaglanden. Snelle hulp moet tellen en niet de concurrentie of postcodegebied.

Zorg dat elke medewerker een VOG heeft.

Voor 1 september 2012 hebben alle (in) directe medewerkers een VOG. Zorg er ook voor dat deze elke 3 jaar opnieuw wordt ingediend. Zorg er ook voor dat ingehuurde medewerkers, zoals schoonmakers, servicemonteurs, glazenwassers etc beschikken over een geldige VOG.

Zorg dat alle salarissen openbaar zijn.

In het jaarverslag moeten alle topsalarissen te lezen zijn. Degene die buiten de CAO vallen moeten expliciet worden genoemd. Daarnaast is het voor de openbaarheid van belang dat managers en directeuren, bestuurders genoemd worden met daarin ook het aantal FTE wat onder hen valt.

De portefeuillehouder jeugdzorg Haaglanden moet meer betrokkenheid tonen en een kritische blik durven te geven.

Wanneer een partij vragen stelt of bedenkingen uit is het ongepast om in de beantwoording suggestieve kwalificaties te uiten zoals (citaten):

“Wel is te betreuren dat in de vragen een zeker verdachtmaking verpakt zit, waarvoor geen enkele aanleiding is”,

 “zich sterk afvraagt of de beantwoording wel overkomt; het lijkt wel of wij op verschillende golflengte zitten”

“Het is een nobel streven om als EA een kwaliteitsslag in de jeugdzorg te willen bewerkstelligen. Maar dat is m.i. een wat ‘te grote broek’ aangetrokken”     

Een waardeoordeel past niet bij een portefeuillehouder die verantwoordelijk is binnen Haaglanden. Daarnaast is het belangrijk dat de portefeuillehouder het een en ander verifieert.

Zorg dat een kind een bepaald zorgzwaarte heeft om transparant te krijgen wat daar voor geleverd wordt.

Binnen de zorg (GGZ, VG, LVG, V&V etc.) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit zorgzwaartepakketten bedacht [13]. Hieraan zit gelabelde zorg. De pakketten gaan van lichte zorg/begeleiding tot zwaardere zorg/ begeleiding. De pakketten zijn gekoppeld aan de indicaties die het Centrum Indicatiestelling Zorg [14] afgeeft. Voordeel van een pakket is dat uren van begeleiding, behandeling, verblijf etc transparant worden dus daarmee ook de urenverantwoording. Aan de aanbieders die zich in kunnen schrijven al aanbieder jeugdzorg moeten het hele pakket kunnen bieden. Alles onder één dak (dus ook GGZ erkenning) is efficiënter en beter voor een kind. Zorg dat aanbieders voldoen aan kwaliteitseisen. Let niet alleen op de kostprijs maar ook op de kwaliteit. Goedkoop alleen is niet per se beter maar kan uiteindelijk duurkoop betekenen.

Bij jeugdbescherming moeten zorgpartijen van ouder(s) en kind samenwerken.

Door partijen zicht te geven in elkaars dossiers bij jeugdbescherming zal jeugdzorg minder krampachtig worden. Een gezinsvoogd kan zo een zorgvuldige beslissing nemen die beter onderbouwd is. Bij één behandelaar van zowel ouder als kind wordt de zorg efficiënter. Om dit te bewerkstelligen is er een wijziging van de wet op de privacy nodig. 

Diverse aanbevelingen in het kader van de transitie:

Maak werk van overhead en overheadkosten

Het ministerie van VWS en het CBS kennen geen cijfers met betrekking tot overhead [15] in de jeugdzorg. Voor andere cure- en care-zorg zijn deze wel inzichtelijk. Dit is opmerkelijk.

Stel een uniforme norm op en laat de zorgaanbieders inzicht geven en beter nog: laat dit door een onafhankelijk bureau of instelling doen. In de Transitieagenda wordt in de definitiefase, die in april 2012 afgerond dient te zijn, beoogd dat de cijfers en feiten bekend moeten zijn over de jeugdzorg.

In de organisatiestructuur zou de overhead zichtbaar moeten zijn en ook de overheadkosten. Het eerste probleem dat zich dan voordoet is dat er verschillende definities van overhead in omloop zijn.

De definitie 'overhead' zou eens scherper moeten worden aangesteld.

Generalisten is niet altijd ideaal

De huidige trend binnen de hulpverlening is dat men allround moet zijn: generalist. Het idee hierachter is mede ontstaan door de onwenselijke hoeveelheid aan hulpverleners waar een cliënt gelijktijdig mee te maken kan krijgen.

Op zich is een goede oplossing dan de flexibiliteit die een generalist kan hebben. Echter dit heeft een keerzijde.

Een hulpverlener uit de jeugdzorg is bijvoorbeeld geen jobcoach of budgetcoach. Dan gaat het dus om dagbesteding en geld. Functies die zeer essentieel zijn in het behalen van succes in een hulpverleningstraject. Deze competenties qua ondersteuning zitten vaak niet in het DNA van een hulpverlener. Vroegtijdige inzet van specifiek deze vorm van ondersteuning kan er voor zorgen dat de hulp kort en licht hoeft te worden ingezet. Het is wel van belang dat diverse expertise onder één aanbieder vallen.

Heldere rol van Centrum voor Jeugd en Gezin

De rol van het CJG vanaf 2015 is nog niet helder. Komt de nadruk te liggen op preventie, op lichte hulp en doorverwijzing? EA hoopt op een steviger pakket.

Zou juist het CJG niet de zorg moeten dragen dat wat betreft budgetadvies / schuldhulp en (vervangend)werk of de toeleiding ernaar opgepakt wordt in eigen huis? Taken waar de reguliere jeugdzorgaanbieders zich niet in bekwaamd hebben. In de eindrapportage MKB-pilot “Open deuren voor jongeren uit de jeugdzorg” (de pilot is een samenwerking met MiddenKleinBedrijf, ROC Mondriaan, Jeugd Interventie Team en Jeugdformaat) staat letterlijk: “jeugdhulpverleners zijn niet toegerust voor het werven van vacatures. Dit behoort ook niet tot hun primaire taken”. Dit staat bij de openstaande knelpunten [16]. Tijdens het schrijven is het rapport (nog) niet digitaal beschikbaar.

Kansen Wet Werk naar Vermogen benutten

Maak gebruik van de nieuwe kansen die zich voordoen in de Wet Werk Naar Vermogen [17] zodat jeugdzorgjongeren structureel participeren.
De Wet Investeren In Jongeren (W.I.J.) is nog maar net opgedoekt en we hebben te maken met de Wet Werk en Bijstand (WWB) en ook die gaat met ingang van 1 januari 2013 op in de Wet Werk Naar Vermogen (WWNV). De Wajong blijft overigens bestaan naast de WWNV.

 Met het huidig kabinetsbeleid zullen gesubsidieerde leerwerkplekken wegvallen -met de ervaring van de WWB- niet te verwachten dat het verkrijgen van een uitkering voor de aanvrager gemakkelijk verloopt. Echter is er veel ruimte voor de gemeente om het een en ander naar eigen inzicht in te vullen, zo laat het ministerie weten.

Anderzijds biedt de WWNV ook nieuwe kansen, maar die moeten mogelijk 'afgedwongen' worden.

De opening die geboden wordt, is de zogenaamde loondispensatie.

Door de bezuinigingen is het idee achter de wet dat een werknemer met beperkte capaciteiten voor de werkgever minder hoeft te kosten; namelijk dat deze niet het wettelijke minimum(jeugd)loon hoeft te betalen en dat het restant aangevuld wordt via de WWNV.

Het is dus interessant om de voorwaarden te kennen voor wie loondispensatie van toepassing kan worden. De norm lijkt 'voor wie niet het minimum kan verdienen'. Hoe ruim is dit begrip?

Het zou een kans zijn als jeugdzorgjongeren onder de categorie vallen die op deze wijze voorzichtig op de arbeidsmarkt gebracht kunnen worden. De hulpverlening kan een fikse bijdrage leveren in het verzorgen van het opdoen van werknemersvaardigheden. Ondersteuning lijkt ook in de visie van de VNG te passen.

De lobby vanuit de bestuurders binnen de jeugdzorg moet zich richten op de politiek ten einde de loondispensatie voor jeugdzorgjongeren af te dwingen. Het MKB zal waarschijnlijk bereid zijn maatschappelijk betrokken ondernemers te matchen. Het MKB heeft immers in maart jl een pilot / samenwerkingsverband met het onderwijs en de jeugdzorg afgesloten.

 Op meerdere terreinen zal een win-win situatie optreden:

-jeugdzorgjongeren krijgen de kans maatschappelijk te participeren

-werkgevers lopen financieel een beperkt risico

-zowel de werkgever als de arbeidsconsulent wordt ondersteund (door de hulpverlening)

-de uitkeringen zullen nominaal omlaag gaan

-de residentiele zorg behoeft mogelijk korter te duren bij de categorie 18+ (door financiele zelfredzaamheid)

-dat laatste heeft effect op de bruto wachtlijsten (eerdere uitstroom betekent snellere doorstroom en zodoende mogelijkheid voor instroom).

Neem onderzoek van de bevinding van Jo Hermanns ten aanzien van noodzaak van geïndiceerde zorg serieus

Hermanns stelt dat veertig procent van de kinderen en jongeren die zich melden bij een Bureau Jeugdzorg zulke lichte problemen heeft dat ze helemaal geen professionele zorg nodig hebben. Toch krijgt de helft van hen een indicatie voor jeugdzorg. Dat blijkt uit onderzoek in drie provincies. [18]

Uitvoering regeerakkoord verhoging eigen bijdrage bij residentiële zorg

De regering heeft zich voorgenomen om in 2015 de eigen bijdrage bij residentiële zorg op te trekken naar 3400 euro per jaar. EA juicht dit toe.

De bijdrage die een ouder bij residentiële zorg moet leveren aan het Landelijk Bureau voor de Inning van Onderhoudsbijdrage (LBIO) [19] is 125, 43 euro per maand in de leeftijdscategorie 12-20 jaar.

Dit is een schijntje van de werkelijke kosten die aan een kind in die leeftijdscategorie per maand verbonden zijn. De ouder ontvangt ook kinderbijslag indien de jongere nog geen 18 jaar is.

EA denkt dat met deze maatregel voorkomen wordt dat een ouder te gemakkelijk vrijwillige residentiële hulp tot stand laat brengen of in stand houdt. Dit financiële gewin kan ertoe leiden dat de terugkeer van het kind naar huis zo lang mogelijk door de ouder wordt uitgesteld. Dit voorkomt een snelle uitstroom en een blokkade in de doorstroming zodat bij de instroom een wachtlijst kan ontstaan.

Of deze regeringcoalitie nu wel of niet wenselijk wordt ervaren, is hier niet van belang. Als de coalitie vroegtijdig zou vallen, is het verstandig om dit punt uit het regeerakkoord te handhaven.       

Handelingsbekwaamheid van jeugdzorgjongeren in residenties

Jongeren die gedurende langere tijd in een residentiële setting hebben verbleven, zijn gewend dat veel zaken voor hen geregeld worden. De zorgplicht brengt met zich mee dat een jongere de kans krijgt meer gebruik te maken van rechten dan van het vervullen van plichten. De lange adem die de hulpverlening moet hebben, is op zich positief. Het nadeel hiervan is dat een jongere gewend is dat problemen die hij/zij veroorzaakt toch wel worden opgelost met dank aan de hulpverlenende instantie.

Het NIBUD [20] heeft onderzocht dat 2 van de 3 werkende jongeren schulden heeft.  Onder jeugdzorgjongeren is dit percentage nog hoger mede omdat zij niet altijd het goede voorbeeld van hun ouders hebben.

Veelal blijken jongeren die 18 jaar geworden zijn schulden op te bouwen door het verkeerde uitgavenpatroon. De zorgverzekeraar, provider, CJIB en postorderbedrijf enz. kunnen op hun geld wachten en de gebrekkige financiële situatie voorkomt een uitstroom uit de vaak dure residentiële zorg.

Bij 18 jaar of ouder is er sprake van vrijwillige hulp. EA is van mening dat een jongere dan meerderjarig is, maar nog niet volwassen en nog vaak tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Residentiële zorg is duur (plekken kunnen oplopen tot 80.000 euro per jaar) en EA vindt dat er aangestuurd moet kunnen worden op voorkoming van schulden. Vrijwillig is niet vrijblijvend. Bij het genieten van residentiële zorg moet er een convenant zijn, dat de regie van de financiële huishouding van een jongere bij de hulpverlenende instantie komt. Dit houdt dan in dat er geen abonnementen en aankopen bij postorderbedrijven gedaan mogen worden zonder toestemming van de betreffende hulpverlener. Dit moet dure aanschaffen en impulsaankopen voorkomen. Deze toestemming zou zelfs niet nodig zijn als in de wet een wijziging komt waarbij o.a. postorderbedrijven en providers op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid worden gewezen t.a.v. jeugdzorgjongeren.

De Belastingdienst zou er goed aan doen om bij jongeren met residentiële zorg de zorgtoeslag naar de instelling over te boeken ten einde te voorkomen dat dit geld door de jongere niet gebruikt wordt waarvoor het hoort te dienen.

Preventie op scholen met betrekking tot budgettering

De algemene rekenkamer  heeft als aanbeveling meegegeven dat de CJG’s de verbintenis tussen onderwijs en zorg moeten bewerkstelligen. Citaat onderzoek juni-oktober 2011 punt 5 “Versterk de signaleringsfunctie van het onderwijs”  (tijdens het schrijven van deze aanbeveling is het rapport nog niet digitaal openbaar). Een van de zaken waarvan EA van mening is dat het CJG dit in hun takenpakket moet nemen, is budgetadvies/schuldhulp. In preventieve zin kan het onderwijs voor jongeren een grote rol spelen. Wellicht willen banken hun maatschappelijke betrokkenheid tonen door voorlichting en ondersteuning op scholen te geven; 

ROC Midden Nederland kent wekelijks zelfs een financieel spreekuur. Financiële problemen komen zelden alleen en gaan gepaard met bijv. depressiviteit, agressiviteit, schooluitval en mogelijk soms zelfs criminaliteit. EA pleit voor een programma waarin partijen gevonden worden die laagdrempelig preventief en ondersteunend diensten kunnen verlenen bij CJG’s en scholen.

Slotwoord:

Feitelijk hebben wij nog een 20e aanbeveling: Laat de transitie van de Jeugdzorg niet alleen in de handen vallen van Jeugdzorg. Betrek bij het overleg en de plannen ook het onderwijs (preventie), werkgevers (WWNV), gemeente (inrichting WMO) en diverse instanties die ambulante hulp kunnen bieden zoals JIT, Impegno, Opvoedpoli, Care Express, Limor en Jeugdformaat.

De geïndiceerde hulp loopt nu allemaal via Bureau JeugdZorg. In 2015 zal per gemeente de keus worden gemaakt of men wel of niet laat indiceren. De indicatiesteller is nu Jeugdzorg of de GGZ maar dat kan straks ook veranderen. Gemeente kunnen bijvoorbeeld zelf gaan indiceren.

EA hoopt dat met deze aanbevelingen nieuwe kansen  benut worden door zorgaanbieders,  hun hulpverleners, werkgevers, wethouders en gemeenteraadsleden, politici uit de Tweede Kamer,  onderwijs en zorgverzekeraars.

Eerlijk Alternatief (EA) ziet voor veel partijen kansen die zich voordoen tijdens de transitie van de jeugdzorg. De kwaliteitsslag voor de gecompliceerde sector Jeugdzorg kan gemaakt worden door randvoorwaarden te verbeteren. Veruit de meeste aanbevelingen kosten niet meer geld en zijn juist kostenbesparend.   

Ik wil graag het Nederlands Jeugd Instituut, Jeugdzorg Nederland en het Expertisecentrum voor jeugd, samenleving en ontwikkeling bedanken voor de duidelijke informatie vanuit de websites.

Wij hopen dat u na het lezen van de aanbevelingen misschien ideeën opdoet die een verschil kunnen maken.

Diverse bronnen vanuit de eerdere vragen om te komen tot deze aanbevelingen zijn ook te vinden op de website van Eerlijk Alternatief.



[8] Reactie 16-03-2012 van Jeugdformaat op rapport rekenkamers http://www.jeugdformaat.nl/


Terug naar overzicht